Bevalling ABC
B - C - D - G - H - I - M - N - O - P -S - T - W
Baarkruk
Een verticale baringshouding kan tijdens het persen handig
zijn. De zwaartekracht helpt dan mee met het uitdrijven
van de baby. De verloskundige heeft altijd de baarkruk
mee.
Beenweeën
De pijn van weeën kan uitstralen naar je benen.
Het voelt als een enorme spierpijn. De pijn in de buik
raakt erdoor op de achtergrond.
Warmte of massage kan de pijn verlichten.
Bloedverlies
Is er sprake van veel (meer dan een menstruatie) helderrood
bloedverlies bel dan de verloskundige. Zij komt dan
naar je toe om het bloedverlies te bekijken.
Tijdens de bevalling is het normaal om wat slijmerig
rood bloed te verliezen. Dit is een goed teken, de baarmoedermond
opent/ontsluit zich. Dit bloedverlies wordt tekenen genoemd.
Bij twijfel mag je altijd de verloskundige bellen.
Breken van de vliezen
De vliezen kunnen spontaan breken of kunstmatig door
de verloskundige doorgeprikt worden. Het spontaan breken
van de vliezen gaat gepaard met vochtverlies. Het vruchtwater
is zo dun als water en kan helder, wittig of roze zijn.
Vruchtwater blijf je steeds verliezen en ruikt wat
zoetig. Bel je verloskundige volgens de richtlijnen
van wanneer te bellen.
Bij het kunstmatig breken van de vliezen prikt de verloskundige
de vliezen door met een vliezenbreker. Dit gebeurt tijdens
een inwendig onderzoek tijdens de bevalling.
CTG
Een Cardio Toco Gram is een registratie van de hartslag
van de baby en de weeënkracht.
Deze registratie gebeurt alleen in het ziekenhuis. Er
zijn twee manieren, uitwendig en inwendig. Bij een uitwendig
worden er twee banden om de buik gelegd, een voor het
hartje van de baby en een voor de weeënregistratie.
Een inwendig CTG wordt vaak tijdens de bevalling gedaan.
Er wordt dan een draadje op het hoofdje van de baby gezet
om de hartslag te meten. De weeën worden wel uitwendig
geregistreerd.
Doptone
De verloskundige luistert tijdens de bevalling regelmatig
naar de hartslag van het kindje met de doptone. Tijdens
het persen wordt er na elke wee of om de wee geluisterd.
Op deze manier beoordeelt de verloskundige of de baby
in een goede conditie is.
Drukgevoel
Het hoofdje van de baby daalt tijdens de bevalling steeds
ietsje dieper het bekken in. Er kan dan een druk op
de anus ontstaan. Deze druk wordt, naarmate de bevalling
vordert, duidelijker. Als de ontsluiting volledig is,
gaat de druk over in persdrang.
Groen of bruin vruchtwater
Meconiumhoudend vruchtwater. Als de vliezen breken en
het water is groen of bruin van kleur betekent dit
dat de baby in het vruchtwater heeft gepoept. De baby
doet dit omdat de darmen vol zijn of omdat de baby
misschien benauwd is geweest. Aangezien we niet weten
wat de reden is gaan we van het ergste geval uit. Bel
daarom de verloskundige zodra jullie zien dat het vruchtwater
groen of bruin van kleur is. Zij komt bij jullie langs
en zal naar het hartje van de baby luisteren. Samen
met jullie bespreekt zij wat er verder gaat gebeuren.
In de regel wordt de bevalling door de gynaecoloog
verder begeleid.
Hartslag baby
Tijdens de bevalling luistert de verloskundige regelmatig
naar de hartslag van de baby. De frequentie van de
hartslag ligt normaal tussen de 120 en 160 slagen per
minuut. Tijdens het persen kan de hartslag zakken naar
bijvoorbeeld 80. Dit is een normaal verschijnsel en
wordt veroorzaakt door het indalen van het hoofdje
in het baringskanaal. In de weeeënpauze herstelt
de hartslag zich dan weer naar de normale frequentie.
Hechten
De verloskundige zal, als tijdens de geboorte ingescheurd
of ingeknipt is, de bekkenbodem weer repareren d.m.v.
hechten. Het hechten gebeurt na verdoving. Er wordt
gehecht met oplosbaar draad. De hechtingen kunnen eventueel
na 7 dagen verwijderd worden.
Inknippen
Bij een bevalling kan het soms nodig zijn dat de baby
snel geboren wordt, bijvoorbeeld bij een langzame hartslag
van de baby. De verloskundige kan in dat geval besluiten
om in te knippen. De bekkenbodem wordt dan eerst verdoofd.
Tijdens een wee en hard meepersen wordt vanuit de vagina
een knip gezet richting de bil. Soms wordt er door
de kraamverzorgster ook op de buik van moeder geduwd.
De baby wordt dan vaak meteen geboren.
Inscheuren
Tijdens de geboorte van een kindje komt het voor dat
de huid en/of de spieren van de bekkenbodem wat inscheuren.
Dit gebeurt vaak door het hoofdje en soms door een
handje of armpje. Het inscheuren is niet altijd te
voorkomen. De verloskundige probeert altijd om de geboorte
zo geleidelijk mogelijk te laten plaatsvinden. Belangrijk
is om zo goed mogelijk te proberen de pers- en zuchtadviezen
van de verloskundig op te volgen.
Inwendig onderzoek
De verloskundige doet tijdens de bevalling een of meerdere
keren een inwendig onderzoek om te beoordelen hoever
de bevalling gevorderd is. Ze brengt dan, terwijl ze
een steriele handschoen draagt, voorzichtig twee vingers
in de vagina. Ze voelt dan naar de baarmoedermond,
de ontsluiting, de stand en indaling van het hoofdje
en de vliezen. Een inwendig onderzoek kan ook informatie
geven over de kracht en effectiviteit van de weeën.
Het is belangrijk om zo veel mogelijk te ontspannen tijdens
het onderzoek. Mocht het toch pijnlijk zijn, geef dit
dan aan.
Moulage
Moulage betekent het over elkaar heen schuiven van de
botdelen van het hoofdje van de baby. De functie hiervan
is het aanpassen van het hoofdje aan het baringskanaal
zodat het makkelijker kan dalen door het bekken. Na
de geboorte kan je dit nog zien en voelen. De eerste
uren na de bevalling verdwijnt het vanzelf.
Nabloeding
Bij een bevalling is er altijd bloedverlies. Het meeste
bloed komt rond de geboorte van de placenta. Dit is
gemiddeld zo’n 200-300 ml, in een enkel geval
is het meer. Wordt het bloedverlies echt ruim, dan
kan het helpen om de blaas te legen en de baby aan
de borst te leggen. De baarmoeder trekt dan samen en
het bloedverlies wordt minder. Soms is het nodig dat
de verloskundige medicijnen spuit. Dit gebeurt in de
beenspier van moeder.
Nakijken pasgeborene
Na de geboorte wordt de baby onderzocht door de verloskundige.
Ze kijkt het hele lichaam na op eventuele afwijkingen.
Ook wordt er naar hart en longen geluisterd. De baby
wordt gewogen en eventueel opgemeten. Er wordt dan
ook vitamine K gegeven dmv druppels in het mondje.
Ontsluiting
Weeën tijdens de bevalling zorgen voor ontsluiting,
het opengaan van de baarmoedermond. De gemiddelde eerste
bevalling heeft zo’n 10 uur aan ontsluitingsweeën.
Deze weeën zijn altijd pijnlijk en komen regelmatig
binnen de 5 minuten. De duur van een ontsluitingswee
is een tot anderhalve minuut. Is de onsluiting tot 10
cm gevorderd dan is de ontsluiting volledig en gaat de
bevalling over in de volgende fase, de uitdrijving (het
persen).

Perineum
Het perineum is het stukje huid tussen de ingang van
de vagina en de anus.
Persen
Na de ontsluitingsfase gaat de bevalling over in de uitdrijvingsfase,
het persen. Bij een perswee duwt de baarmoeder de baby
het baringskanaal door. Je voelt dan een flinke druk
op de anus, hetzelfde gevoel als ontlasting hebben.
Bij een eerste bevalling duurt het persen gemiddeld een
tot anderhalf uur. Bij een tweede of meerdere bevalling
duurt het gemiddeld een half uur.
Placenta
Placenta is hetzelfde als moederkoek en nageboorte. Het
is “het huisje” van de baby. De placenta
heeft de vorm van een dikke pannenkoek waar de vliezen
aan vast zitten. Het weegt ongeveer 500 – 750 gram.
De verloskundige laat de placenta zien na de geboorte
en deze wordt daarna in principe weggegooid. Mocht je
zelf iets met de placenta willen doen, begraven bijvoorbeeld,
geef dit dan aan.
Poliklinisch bevallen
In Hoorn is het mogelijk om poliklinisch te bevallen.
Dit is een ziekenhuisbevalling onder leiding van de
eigen verloskundige. De verloskundige beslist tijdens
de ontsluitingsfase wanneer je naar het ziekenhuis
kunt gaan. Meestal is dit rond 6 cm ontsluiting. In
het ziekenhuis “huur” je een kamer waar
je bevalt onder begeleiding van je eigen verloskundige
en een kraamverzorgster. Twee uur na de bevalling ga
je met je kindje naar huis. De kraamverzorgster gaat
met je mee.
Als er complicaties zijn, blijf je natuurlijk langer.
Pijnstilling
Soms kun je de ontsluitingsweeën als zo pijnlijk ervaren dat je behoefte hebt aan pijnstilling. Wanneer ademhalingsoefeningen, warmte, massage of Geboorte-TENS niet voldoende helpen is het mogelijk om medicijnen tegen de pijn te krijgen. Voor pijnbestrijding met medicijnen moet je altijd naar het ziekenhuis. De reden is dat bij toediending van medicijnen voortdurend je hartslag, bloeddruk en ademhaling moeten worden gecontroleerd. Ook de conditie van je kindje moet worden bewaakt d.m.v. een CTG. De behandelingen die het meest worden toegepast zijn: ruggenprik (epidurale analgesie), injectie met pethidine of een pompje met remifentanil.
Bij een ruggenprik wordt via een naald een buisje in de onderrug ingebracht. Via dit buisje wordt tijdens de bevalling pijnstillende medicijnen toegediend, waardoor je geen pijn meer hebt in je onderlichaam. Een injectie met pethidine zorgt ervoor dat de scherpe randjes van de pijn af gaan en je goed kunt ontspannen tussen de weeën door. Remifentanil is een morfineachtige stof die wordt toegediend via een infuus, dat vastzit aan een pompje. Je kunt via een pompje zelf de hoeveelheid remifentanil bepalen. Remifentanil werkt snel en verdooft de pijn beter dan pethidine (maar minder goed dan een ruggenprik).
Welke methode van pijnstilling voor jou het meest geschikt is hangt af van het moment dat je behoefte aan pijnstilling hebt. Tevens heeft pijnstilling ook nadelen. Het is belangrijk om je vooraf te laten informeren door de verloskundige over de voor- én nadelen van de verschillende methoden. Mocht je tijdens de zwangerschap al weten dat je graag pijnstilling wilt tijdens de bevalling, bespreek dat dan met de verloskundige. Het is ook mogelijk om dit pas tijdens de bevalling aan te geven.
Slijmprop
De slijmprop sluit de baarmoedermond af. Zo voorkomt
de slijmprop dat er bacteriën de baarmoeder in
komen. De slijmprop is helder van kleur, met soms iets
roze, rood of bruin bloed er in. Het verliezen van
de slijmprop betekent niet dat de bevalling begint.
Dit kan een dag tot enkele weken erna.
Staan van het hoofdje
Het hoofdje van de baby is in de vulva te zien, en blijft
ook zichtbaar in de pauze tussen twee weeën. Dit
is een pijnlijk, vaak branderig gevoel. Het duurt dan
nog maar een paar weeën en de baby is geboren.
Thuis bevallen
Het is in Nederland mogelijk om thuis of in het ziekenhuis
te bevallen.
Thuis bevallen is een veilige en goede manier om jullie
kindje geboren te laten worden. De verloskundige die
bij jullie bevalling is, is opgeleid om risicosituaties
te herkennen en adequaat te handelen.
Weeënstorm
Soms gebeurt het dat de ene wee nog niet over is en de
volgende wee alweer begint. Opvangen is er niet bij,
je hebt het gevoel dat je ademt om te overleven en
verder gaat je lijf er met jou vandoor.
Dit heet een weeënstorm.
Bel altijd de verloskundige.
Het kan gebeuren dat de bevalling bij jou erg snel verloopt.
De verloskundige voelt dit als ze inwendig onderzoek
doet. Zij kan jullie helpen met het opvangen. Een rustigere
ademhaling en de wetenschap dat dit niet lang meer duurt
is vaak genoeg om jullie deze moeilijke periode door
te helpen.
