Het is begonnen…

Een bevalling kan op twee manieren beginnen. In 10% van de bevallingen begint het met het spontaan breken van de vliezen. De weeën komen dan later op gang.

Meestal begint de bevalling met weeën. Aan het begin van de bevalling heb je meestal niet meteen hele lange pijnlijke weeën. Het begint vaak langzaam: eerst voel je bijvoorbeeld elk kwartier een pijnlijke, harde buik. Dit zal dan steeds sneller terugkeren waarbij het hook steeds pijnlijker wordt. Probeer niet in paniek te raken. Het is mogelijk dat de weeën weer afzakken, dan waren het voorweeën of oefenweeën. Kijk dus altijd even aan of het echt doorzet.

Als de weeën binnen de 5 minuten komen en langer dan een minuut aanhouden dan is de ontsluiting zeer waarschijnlijk begonnen. Deze weeën zijn altijd erg pijnlijk. Het is belangrijk om zoveel mogelijk te ontspannen dat maakt het opvangen van de weeën makkelijker.

Zorg voor een warme omgeving (verwarming aan), draag warme sokken of stap zo nu en dan onder een warme douche.

Let op je ademhaling. Het is goed te concentreren op een rustige ademhaling. Probeer pas te gaan puffen als je niet meer rustig kan ademhalen.

Zorg ervoor dat je niet teveel wordt afgeleid door bijvoorbeeld de aanwezigheid van kinderen of teveel mensen.

Het veranderen van je houding tijdens het opvangen van de weeën is goed. Je merkt vanzelf welke houding voor jou het meest prettig is. Voorbeelden van houdingen zijn; liggend op bed (zij of rug), lopen, op handen en knieën, voorovergebogen op een stoel, etc.

De verloskundige komt tijdens de bevalling langs om het verloop te controleren. Dit wordt door middel van een uitwendig en inwendig onderzoek gedaan. Ook wordt het hartje van de baby gecontroleerd.

Als je verticaal wilt bevallen kan dat, de verloskundige heeft altijd de baarkruk mee.

Naar de KNOV website